Bij R-CPD, voluit retrograde cricofaryngeale disfunctie, werkt het slikken normaal. Het probleem ontstaat wanneer lucht vanuit de maag naar boven wil komen: de spier aan de ingang van de slokdarm opent dan niet, waardoor de lucht niet weg kan. Dit kan leiden tot klachten zoals een opgeblazen gevoel, pijn in de borst of buik, winderigheid en borrelende geluiden in de keel.
Karlien Raymenants, arts bij UZ Leuven, onderzocht R-CPD in het kader van haar doctoraat. Ze benadrukt dat de impact op het leven van patiënten met ernstige klachten groot kan zijn. Velen vermijden koolzuurhoudende dranken en uit eten gaan, en ook op het werk kunnen de symptomen hinder veroorzaken.
“"Bij mensen met ernstige klachten kan de impact op hun leven groot zijn. Veel van hen drinken geen koolzuurhoudende dranken en sommigen vermijden zelfs om op restaurant te gaan."
De aandoening werd pas in 2019 voor het eerst beschreven. Een Amerikaanse neus-keel-oorarts ontdekte de link met een probleem aan de slokdarmingangspier na een patiënt die niet kon boeren. Een botoxinjectie om de spier te ontspannen bleek te werken. Het verhaal van de patiënt ging viraal op sociale media, wat leidde tot meer herkenning en aandacht voor het 'no-burpsyndroom'.
Eerdere onderzoeken naar botox als behandeling hadden beperkingen. Dr. Raymenants voerde daarom de eerste gecontroleerde en geblindeerde studie uit met vijftig patiënten. De helft kreeg botulinetoxine, de andere helft een placebo.
Na een week kon 100% van de botoxgroep boeren, tegenover 20% in de placebogroep. Na twaalf weken verbeterde 88% van de botoxpatiënten, vergeleken met 4% in de placebogroep. Opvallend is dat meer dan de helft van de patiënten een jaar na de behandeling nog steeds kon boeren, langer dan de verwachte werkingsduur van botulinetoxine (vier tot zes maanden). Onderzoekers vermoeden dat patiënten de normale boerreflex opnieuw aanleren tijdens de periode van spierontspanning.
Tijdens drukmetingen van de slokdarm met bruiswater bleek dat de slokdarmingangspier bij R-CPD-patiënten niet ontspant, en soms zelfs meer spanning vertoont. Om de verschillen in hinder beter te beoordelen, ontwikkelden de onderzoekers ook een vragenlijst die de frequentie, ernst en impact op het dagelijks leven peilt, zodat artsen beter kunnen inschatten welke patiënten baat hebben bij behandeling.
Karlien Raymenants is met haar onderzoek genomineerd voor de PhD-cup.




