Met het participatieve erfgoedproject Krijt het Verleden van Provincie Oost-Vlaanderen konden leerlingen in Deinze op een creatieve manier kennismaken met de geschiedenis van hun stad. Een tentoonstelling in het Leietheater toont nu het resultaat van hun ontdekkingstocht.
Leerlingen van de scholen Leerbos en Kleurenplaneet gingen aan de slag met resultaten van archeologische opgravingen. Op de Markt tekenden ze de contouren van de vroegere stadshal, en op het Sint-Poppoplein de sporen van opgegraven gebouwen en graven. De kinderen leerden archeologische plannen en historische kaarten lezen en vertaalden die informatie naar de plekken waar de opgravingen plaatsvonden.
In de klas bouwden de leerlingen met karton hun eigen interpretatie van de vroegere stadshal en werkten ze met skeletfiches, zoals archeologen die gebruiken. Gedeputeerde David Coppens, bevoegd voor Erfgoed, benadrukt dat het project verbinding creëert tussen mensen door erfgoed en verschillende generaties dichter bij de geschiedenis brengt.
Bart van Thuyne, schepen van Materieel Erfgoed in Deinze, voegt toe dat het project kinderen op een creatieve manier laat ontdekken hoe hun stad er vroeger uitzag en nodigt iedereen uit om met andere ogen naar de Markt en het Sint-Poppoplein te kijken.
De resultaten van de leerlingen zijn van 30 oktober tot 9 november te zien in een tentoonstelling in het Leietheater, met echte archeologische vondsten, foto's van de krijtactiviteiten en creaties van de kinderen.
Naar aanleiding van het project stelden Provincie Oost-Vlaanderen en stad Deinze ook een nieuwe Erfgoedsprokkel voor, getiteld Verdwenen maar niet weg. Een wandeling door het middeleeuwse Deinze. Deze publicatie is gratis verkrijgbaar bij Toerisme Deinze en digitaal via oost-vlaanderen.be/erfgoedsprokkels.




