In oktober staat een bijzondere heidesoort in de kijker: de driehoornmestkever. Dit insect is deze maand te bezichtigen op de Kesselse Heide.
De driehoornmestkever is een kever uit de familie van de mesttorren (Geotrupidae). Het zwarte lichaam van de kever kan 12 tot 20 millimeter lang worden en is rond en bol. De textuur van het halsschild is glad, terwijl de dekschilden sterk ingegroefd zijn in de lengte en de onderzijde van het insect fijn behaard is. De kever is makkelijk te herkennen aan de drie uitstekende ‘hoorns’, waarvan twee aan de weerszijden van het halsschild en een kleinere in het midden. Grotere mannetjes hebben relatief langere tanden dan vrouwtjes, bij wie slechts sporen van tanden zichtbaar zijn.
Op de Kesselse Heide is de driehoornmestkever te vinden op open, zandige terreinen. De kever is winteractief en is te vinden tussen september en maart. Hij voedt zich met uitwerpselen van herbivoren.
Mestkevers kunnen op basis van hun voortplantingsmethode onderverdeeld worden in drie groepen: de dwellers (leven in mesthoop), de tunnelers (graven tunnels) en de rollers (rollen mestballen, niet voorkomend in België of Nederland). De driehoornmestkever behoort tot de tunnelers. Zowel mannetjes als vrouwtjes graven samen één verticale gang, soms tot meters diep. Vervolgens creëren ze zijgangen die volgestopt worden met mest, met aan het einde een open ruimte voor een eitje. Alle gangen worden afgesloten met aarde. Na voltooiing van het nest sterven de volwassen mestkevers.
Mestkevers brengen grote hoeveelheden voedingsrijke stoffen diep in de grond. Het grondverzet kan bij bepaalde soorten honderden kilo's per hectare per jaar bedragen. Omdat veel mestkevers in zand- of heidegebieden leven, zijn het belangrijke bemesters van voedselarme gronden.
Heb jij de driehoornmestkever gezien op de Kesselse Heide en een mooie foto kunnen maken? Deel je foto met ons via facebook.com/kesselseheide of via waarnemingen.be.




